
De Hoge Raad heeft bepaald dat Uber-chauffeurs zowel als zelfstandige ondernemers als in loondienst kunnen werken, afhankelijk van de omstandigheden. De uitspraak heeft gevolgen voor de bredere discussie over zzp-wetgeving en het wetsvoorstel VBAR, dat de status van zelfstandigen moet verduidelijken.
Rol van ondernemerschap bij beoordeling arbeidsrelatie
De vraag of een Uber-chauffeur een zelfstandige of werknemer is, hangt af van meerdere factoren. De Hoge Raad oordeelt dat ook de manier waarop iemand zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt, kan meewegen. Dit betekent dat zelfstandigen en werknemers dezelfde werkzaamheden naast elkaar kunnen verrichten, zonder dat dit per definitie schijnzelfstandigheid impliceert.
Deze uitspraak wijkt af van het eerdere advies van advocaat-generaal Ruth de Bock, die stelde dat vooral de werkrelatie bepalend moest zijn en niet hoe iemand zich daarbuiten opstelt. Uber is blij met het oordeel en noemt het een ‘grote overwinning’ voor chauffeurs die zelfstandig willen blijven werken.
Gevolgen voor zzp-wetgeving
De uitspraak heeft bredere gevolgen dan alleen voor Uber. Ze raakt ook het wetsvoorstel VBAR, dat de beoordeling van zzp-schap moest verduidelijken. Dit wetsvoorstel focust in eerste instantie op de specifieke werkrelatie en kijkt pas daarna naar externe ondernemerschap. De Hoge Raad vindt echter dat er geen rangorde in beoordelingscriteria moet zijn.
Volgens VVD-Kamerlid Thierry Aartsen is dit een belangrijke overwinning voor zelfstandigen. ‘Extern ondernemerschap is een gelijkwaardig onderdeel van de beoordeling of iemand zzp’er is of niet.’ Hij roept de overheid op om richtlijnen over inhuur aan te passen en onnodige beperkingen voor zzp’ers te schrappen.
Geen impact op handhaving, maar wel op beleid
Juristen stellen dat de uitspraak geen directe gevolgen heeft voor de handhaving van de huidige wet DBA, waarmee de Belastingdienst schijnzelfstandigheid controleert. Wel betekent het dat de toelichting bij het wetsvoorstel VBAR moet worden aangepast. Of de wet verder moet worden herzien, is aan de politiek.
De Tweede Kamer zal de gevolgen van de uitspraak waarschijnlijk betrekken bij de discussie over zzp-regelgeving en de handhaving op schijnzelfstandigheid, die vanaf 2025 strenger wordt.
Wil jij de uitdaging aangaan met fiscale compliance?
Download dan ons kennisdocument.
