
Op 6 maart jl. heeft de kennisgroep van de Belastingdienst een standpunt gepubliceerd betreffende de toepassing van een tax equalization-afspraak onder de loonbelasting. Dergelijke afspraken worden met name gemaakt bij uitzending van werknemers naar het buitenland. Er wordt dan overeengekomen dat de door de uitgezonden werknemer verschuldigde belasting niet hoger mag zijn dan wanneer hij werkzaam zou zijn gebleven in Nederland. Of er wordt een compensatie geboden als een nabetaling volgt uit een vroegere dienstbetrekking in een ander land.
De betreffende casus
Het voorliggende geval betrof een in Nederland woonachtige werknemer die in 2019 een nabetaling van salaris van zijn vroegere Franse werkgever ontving. Frankrijk is daarover heffingsbevoegd op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Frankrijk. In zijn Nederlandse aangifte voor het jaar 2019 moest de werknemer deze nabetaling opnemen omdat hij over zijn wereldinkomen werd belast. Hij claimde daarover een vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting. Deze werd toegekend onder toepassing van het progressievoorbehoud. Dit betekende dat het Franse salaris werd vrijgesteld, maar wel in aanmerking werd genomen voor de berekening van de belasting die over zijn Nederlands salaris is verschuldigd. De Franse inkomsten verhoogden aldus de loonbelasting die over zijn Nederlands salaris was verschuldigd.
Geen recht op voorkoming dubbelde belasting
Dit had tot gevolg dat hij in Nederland belasting moest betalen. Hierdoor was zijn netto-inkomen lager dan het salaris dat hij met zijn Nederlandse werkgever was overeengekomen. De werkgever corrigeerde in 2021 daarom zijn loon op basis van de tax equalization-afspraak en vergoedde de Franse belasting. Aangezien de vergoeding werd verstrekt door een Nederlandse werkgever om een nettosalaris te garanderen, kwam het heffingsrecht daarover aan Nederland toe op basis van artikel 15, lid 1 van het belastingverdrag tussen Nederland en Frankrijk. Er bestond dan ook geen recht op de voorkoming van dubbele belasting over de compensatie.
Wanneer moet de looncorrectie worden verwerkt?
Vervolgens rees de vraag of de looncorrectie moest worden verwerkt in het jaar 2019 of voor het correctiejaar 2021. De kennisgroep oordeelt dat deze moet worden verwerkt in 2021, het jaar van genieten. Ook is over de correctie geen voorkoming van dubbele belasting van toepassing omdat het inkomsten uit een Nederlandse dienstbetrekking betreft.
Voor de Nederlandse werkgever betekent dit dat deze de nettovergoeding gebruteerd moet opnemen in de salarisadministratie en loonaangifte van 2021. De kennisgroep acht het niet juist om dit via een correctiebericht alsnog in de loonaangifte 2019 te verwerken, omdat de vergoeding niet in 2019 is genoten.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Voor de praktijk werkt dit als volgt uit:
Stel je komt met je werkgever overeen dat je een nettosalaris van 80.000 euro ontvangt. Daarover is afgerond ca. 30.000 euro aan loonbelasting verschuldigd. De werkgever moet je daarom een loon toekennen van 110.000 euro.
In 2025 ontvangt de betreffende werknemer 20.000 euro aan nabetaling uit een vroegere Belgische dienstbetrekking voor het jaar 2023. Je past daarover een correctie toe van 10.000 euro waarover afgerond 50% belasting is verschuldigd.
Voor de loonbelasting betekent dit:
2023 | 2025 | ||
Loon: | 110.000 euro | Loon: | 110.000 euro |
Loonbelasting: | 30.000 euro | Correctie: | 10.000 euro |
Netto salaris: | 80.000 euro | Belast salaris: | 120.000 euro |
Inhouding: | 35.000 euro | ||
Netto salaris: | 85.000 euro |
Voor de IB betekent dit dat de werknemer een 2023 een belastbaar loon van 130.000 euro geniet. Voor de IB betekent dit:
2023: | 2025: | |
Belastbaar inkomen: | 130.000 euro | 120.000 euro |
Stel de IB bedraagt: | 45.000 euro | 35.000 euro |
Stel voorkoming dubbele belasting bedraagt: | – 10.000 euro | n.v.t. |
Ingehouden loonbelasting: | – 30.000 euro | 35.000 euro |
Verschuldigde belasting: | 5.000 euro | 0 euro |
Netto loon: | 85.000 euro | |
IB 2023: | – 5.000 euro | |
Nettoloon: | 80.000 euro | 80.000 euro |
Alle elementen komen aan de orde
“Tax equalization”-afspraken komen in veel variaties voor. Soms gaan de afspraken zover dat ze niet alleen de belasting over het salaris omvatten, maar ook de eigen woning of inkomsten uit sparen en beleggen omvatten. In dat geval kan de afspraak pas worden afgewikkeld als rekening wordt gehouden met alle elementen die in een aangifte aan de orde komen. De compensatie vindt daardoor ook pas plaats na afloop van het betreffende (kalender)jaar.
Nieuwe vragen
De Kennisgroep is van mening dat de compensatie die een werknemer onder een dergelijke afspraak ontvangt belast loon vormt. De werkgever vergoedt een nettobedrag wat aldus gebruteerd moet worden. De verduidelijking van de kennisgroep roept uiteraard ook weer nieuwe vragen op zoals hoe moet worden omgegaan met doorbelasting van de compensatie naar de vroegere werkgever en belastingheffing over de vergoeding in het vroegere woonland.
Voor de praktijk betekent dit dat werkgevers goed moeten overwegen hoe ze dergelijke afspraken vormgeven en de (vermogens)situatie van de werknemer goed moeten kennen om de kosten van de regeling goed te kunnen inschatten.
Bron: KG:041:2025:2
Bezwaar maken tegen een belastingaanslag of beslissing?
Vanaf 2025 kan dit ook digitaal.
