
De AOW-leeftijd stijgt in Nederland de komende twee jaar naar 67 jaar. Daarmee is Nederland internationaal geen uitzondering. Maar als een van de weinige landen laat Nederland na 2021 de AOW-leeftijd verder stijgen met de levensverwachting. Volgens de vakbonden FNV, CNV en VCP gaat de stijging veel te snel en houden mensen, met name in zware beroepen, dit niet vol. Zij zoeken de oplossing in fiscaal voordelig bijsparen voor vroegpensioen, speciaal voor mensen met een laag inkomen. Dat meldt het FD.
Geen lijst voor zware beroepen
Pogingen om het probleem op te lossen met een lijst voor zware beroepen zijn twee jaar geleden al mislukt. Een breed samengestelde werkgroep van pensioendeskundigen stellen in een onderzoek naar flexibel pensioen, gepubliceerd door het pensioenonderzoeksinstituut Netspar, dat zij daar ook weinig in zien. In de praktijk blijkt het opstellen van zo’n lijst, ook in andere landen, onmogelijk.
Bevriezing AOW-leeftijd
De bonden eisen nu een tijdelijke bevriezing van de AOW-leeftijd, voor alle werkenden, op 66 jaar. Ondertussen willen zij afspraken maken over nieuwe vroegpensioenregelingen en moet de koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting van tafel. Zonder deze toezeggingen van het kabinet willen zij niet verder praten over hervorming van het pensioenstelsel. Maar om kortingen op de pensioenen en een verdere stijging van de AOW-leeftijd volgend jaar te voorkomen, moet daar voor de zomer een akkoord over zijn.
Probleem laagste inkomensgroepen
Volgens de Netspar-auteurs is de verhoging van de AOW-leeftijd vooral een probleem voor de laagste inkomensgroepen. Hogere inkomens bouwen veel meer aanvullend pensioen op en kunnen dat gebruiken om eerder te stoppen met werken. Lagere inkomens hebben die mogelijkheid niet, omdat zij vaak niet of nauwelijks pensioen krijgen bovenop de AOW. Tegelijkertijd hebben zij een lagere levensverwachting en zijn ze gemiddeld al drie jaar voor pensionering chronisch ziek. Gezond genieten van pensioen kan dan niet meer.
Fiscale maatregelen
In plaats van het aanpassen van de AOW-leeftijd voor deze groep, pleiten de auteurs vooral voor fiscale maatregelen om ook voor hen eerder stoppen mogelijk te maken. De kosten van vroegpensioen worden dan via de pensioenpremie opgebracht door werkgevers en werknemers in een sector, geholpen door een belastingvoordeel.
Eisen vakbonden
Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een verlaging van de franchise (deel van het loon waarover geen pensioen wordt opgebouwd), of een hoger maximaal opbouwpercentage voor mensen met een laag inkomen. Ouderen voor wie de pensioenleeftijd door de afschaffing van de VUT en de stijging van de AOW-leeftijd te snel stijgt, helpt dit echter niet of nauwelijks. Voor de laagste inkomens in deze groep, of voor werknemers in sectoren met veel uitval door arbeidsongeschiktheid, zou de boete op vroegpensioen afgeschaft kunnen worden. Dat is precies wat de vakbonden eisen.